In de gemeente Druten werkten twee basisscholen samen met de Voedselbank aan een bijzonder project binnen het IPC-thema Voeding. Van de herfstvakantie tot de kerstvakantie leerden leerlingen over voeding, armoede en samen delen. Wat begon als een lesproject, groeide uit tot een dorpsbreed
initiatief dat letterlijk vrachtwagens aan producten opleverde voor gezinnen die het moeilijk hebben.
Bewustwording begint bij de kinderen
Voedselbank Druten bedient vijf dorpen in de gemeente. In sommige dorpen, zoals Deest, is armoede al generaties lang aanwezig. “We wisten dat veel gezinnen in aanmerking kwamen, maar ze kwamen niet,” vertelt Renske Blok, die het project begeleidde vanuit de voedselbank. “Toen dachten we: misschien moeten we onderaan beginnen, bij de kinderen.”
Samen met haar collega Louise werd het idee verder uitgewerkt. Binnen het IPC-onderwijs werken scholen thematisch — in dit geval aan Voeding — waarbij rekenen, taal, creativiteit en maatschappelijke thema’s worden gecombineerd, passend bij de leeftijden van de kinderen. “De school start met een gezamenlijke aftrap en sluit af met iets feestelijks waar ouders vaak ook bij zijn,” legt Renske uit. “In de tussenliggende weken leerden kinderen bijvoorbeeld rekenen boodschappen, praten ze over de kosten die een gezin heeft én leren ze nadenken over wat gezond eten kost.”
Kwetsbaar thema in de klas
Het project draaide op twee basisscholen: een in het arbeidersdorp Deest en een in het meer welgestelde Afferden. Dat contrast was juist waardevol. “De scholen zijn heel verschillend,” vertelt Renske. “In Deest zien leerkrachten dagelijks wat armoede betekent. In Afferden kennen kinderen
het vooral uit verhalen.”
Ouders vonden het onderwerp aanvankelijk spannend en soms onnodig, maar de Voedselbank liet zich daardoor niet weerhouden. Het project startte met een verhaal over een meisje dat niet op sport kon, geen nieuwe kleding kreeg en uiteindelijk bij de voedselbank belandde. Louise vertelde, Renske observeerde. “Kinderen reageerden ongelooflijk open. Ze vroegen of het meisje nu gelukkig was, of het weer beter ging. Ze zijn zó meelevend. Dat vond ik echt bijzonder.”
Voor de jongste groepen werd het verhaal praktisch gemaakt. Met een krat boodschappen bezochten Renske en Louise de kleuterklassen. “We lieten zien wat er in een voedselpakket zit. Kinderen vertelden wat ze lekker of vies vonden. Heel speels, maar het zaadje was geplant.”
Van weerstand naar warm onthaal
Een week later bezochten alle klassen de voedselbank. Niet iedereen stond te juichen. “Onze vrijwilligers waren huiverig,” lacht Renske. “‘Waar beginnen jullie aan?’ zeiden ze. Maar we deden het toch, en het was een doorslaand succes.”
De scholen hadden groepjes gemaakt met ouders en leerkrachten als begeleiders. Kinderen kregen een rondleiding door de voedselbank, die is ingericht als winkel. “Ze vonden het geweldig. ‘Oh wat leuk, je hoeft hier niet te betalen!’ riepen ze. Sommigen zeiden ook: ‘Hier kom ik wel eens met mijn
moeder.’ En dat vonden de andere kinderen dan helemaal normaal. Dat is het mooie aan kinderen, ze oordelen niet.”
De impact was direct merkbaar: na afloop meldden zich verschillende nieuwe gezinnen, vooral uit Deest. “We kwamen beter in beeld bij mensen die ons eigenlijk al kenden, maar die net dat zetje nodig hadden. Kinderen hadden thuis enthousiast verteld wat ze hadden gezien.”
Sponsorloop met onverwacht effect
Het project kende drie belangrijke momenten: de start op school, de rondleiding bij de voedselbank en een grote afsluiting voor de kerstvakantie. De afsluiting, een sponsorloop waarbij kinderen geen geld maar producten inzamelden, werd een gigantisch succes. “We hadden nooit verwacht dat
het zó groot zou worden,” vertelt Renske.
Het idee was dat kinderen kerstpakketten zouden samenstellen voor gezinnen die klant zijn bij de voedselbank. Maar er kwamen zóveel producten binnen dat het project letterlijk uit de klauwen liep. “Op één school hebben we twee keer met een vrachtwagen gereden. In totaal hadden we drie
vrachtwagens vol producten, daar hebben we vier maanden van kunnen uitdelen. We zijn drie dagen bezig geweest om alles te ordenen.”
Leerpunten en vervolg
De belangrijkste les? Goed organiseren. “Volgende keer werken we met kratten in plaats van dozen, en we maken vooraf een duidelijke planning voor de inzameling,” zegt Renske.
Het project kreeg veel aandacht in de lokale media en zorgde voor een gevoel van trots in de dorpen. “Het was de laatste donderdag voor de kerstvakantie, en dat gaf nog een extra speciaal en warm gevoel.”
Uitdaging
Veel gezinnen die in aanmerking komen voor hulp, durfden zich niet aan te melden bij de voedselbank. De drempel was hoog door schaamte en onbekendheid.
Oplossing
Door via scholen en kinderen het gesprek over armoede op gang te brengen, werd het onderwerp bespreekbaar in gezinnen en verdween een deel van de schaamte. De drempel werd verlaagd.
Resultaat
Twee scholen deden mee, drie vrachtwagens vol producten werden ingezameld en het aantal aanmeldingen bij de voedselbank steeg merkbaar, vooral in Deest.
Aandachtspunten
Goede logistieke voorbereiding is cruciaal bij inzamelacties. Betrek scholen als leidende partij.
Kosten
De kosten zijn beperkt: de school regelt de meeste organisatie en materialen, de voedselbank levert vooral tijd, begeleiding en transport.
Documenten
Er zijn twee documenten beschikbaar die kunnen helpen bij dit project:
- Draaiboek
- Openingsverhaal
Informeer hier naar bij Renske via: renske.blok@voedselbankennederland.nl
Contact
Wil je meer weten over dit scholenproject of het draaiboek ontvangen?
Neem contact op met Renske Blok, Voedselbank Druten, via renske.blok@voedselbankennederland.nl.